Januari 2019.

De sensordata voor NO2 die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu momenteel op het Samen Meten Dataportaal toont, is gemeten met de NO2-B43F. Het RIVM past een kalibratieprocedure toe om te komen van het sensorsignaal (elektrische spanning) tot de getoonde NO2 concentratie. De sensor heeft als output elektrische spanningssignalen. Deze signalen zeggen iets over de NO2-concentratie in de buitenlucht. Hoe hoger het spanningsverschil, hoe hoger de NO2-concentratie. Maar de verhouding tussen het elektrische spanningsverschil en NO2-concentratie is voor elke individuele sensor verschillend. Per sensor moet deze verhouding dus bepaald worden om de juiste NO2-concentratie te berekenen. Dit proces heet kalibreren. Een sensor wordt aan het begin van de meetcampagne gekalibreerd door te vergelijken met officiële metingen (‘startkalibratie’), maar ook tijdens de meetcampagne wordt een sensor weer gekalibreerd  (‘nachtkalibratie’) omdat de gevoeligheid van de sensor na enige tijd verloopt. Hoe gaan deze twee kalibraties in hun werk en wat is de procedure als een sensor geen startkalibratie heeft doorlopen ? Dat wordt in deze notitie uitgelegd.