Miniatuurvoorbeeld

Op deze pagina vindt u informatie over het meten van luchtkwaliteit. Welke meetnetten hebben we in Nederland, welke instrumenten worden gebruikt, en natuurlijk: wat te doen als u zelf wilt meten. Wanneer u zelf metingen verricht, bent u bezig met citizen science. Heeft u vragen of opmerkingen? Neem dan contact met ons op.

Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML)

De landelijke, officiële metingen worden uitgevoerd in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. De resultaten van metingen door de DCMR, GGD Amsterdam en verschillende provincies worden met die van het RIVM gecombineerd voor het nationale luchtkwaliteit beeld.

Op ongeveer 80 meetstations door heel Nederland worden verschillende stoffen gemeten. Deze meetstations staan zowel in de stad, bij wegen als op het platteland. Er worden zowel gasvormige als deeltjesvormige stoffen (fijnstof) gemeten. Voor een groot aantal stoffen geldt dat deze continu en geautomatiseerd worden  gemeten. Dit betreft ozon (O3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2), fijnstof (PM2,5/PM10), koolmonoxide (CO), ammoniak (NH3) en roet. Deze metingen zijn live te volgen via Luchtmeetnet.nl.

Het LML kan binnen de ontwikkeling van citizen science een belangrijk ijkpunt vormen door de mogelijkheden om goedkopere sensoren (periodiek) aan de resultaten van het LML te ijken.

Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN)

Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) meet  met behulp van Palmesbuisjes de concentraties ammoniak (NH3) in de lucht. Het meetnet is van 22 gebieden in 2005 uitgegroeid naar 60 gebieden in 2014. In totaal hangen er rond de 500 buisjes in de Natura2000 gebieden.

De buisjes hangen een maand in het veld. Zo worden er maandgemiddelde ammoniakconcentratie bepaald. De meetwaarden worden geijkt met de metingen van ammoniak door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. De resultaten van de metingen kunt u vinden op de pagina 'Meetresultaten MAN'.

Het MAN wordt beheerd door het RIVM maar zou niet mogelijk zijn zonder de vrijwillige hulp van plaatselijke terreinbeheerders. De locatie van de Palmesbuisjes is in elk gebied vastgesteld in overleg met de beheerders. De Palmesbuisjes hangen onopvallend in de natuur, zijn eenvoudig door de terreinbeheerders zelf te verwisselen en goed per post te versturen.

Meer weten over citizen science?

Benieuwd naar randapparatuur voor sensoren?