Miniatuurvoorbeeld

Op deze pagina vindt u informatie over het meten van luchtkwaliteit. Welke meetnetten hebben we in Nederland, welke instrumenten worden gebruikt, en natuurlijk: wat te doen als u zelf wilt meten. Wanneer u zelf metingen verricht, bent u bezig met citizen science. Heeft u vragen of opmerkingen? Neem dan contact met ons op.

Zelf meten

Tegenwoordig kan iedereen zelf luchtkwaliteit meten en bijdragen aan dataverzameling over de kwaliteit van onze lucht. Wilt u zelf meten? Dit vraagt om enkele tips & trucs. Voordat u de hardware plus sensor gaat kopen is het belangrijk om na te denken over de vraag wat u wilt bereiken en hoe u dit gaat realiseren. Denk hierbij aan welke stof u wilt meten, de gewenste kwaliteit van de metingen en de wijze van dataverzameling. Lees meer op de pagina Zelf meten.

Meetinstrumenten

Heeft u de keuze gemaakt om zelf luchtkwaliteit te gaan meten, dan is de volgende vraag hoe en waarmee. Er zijn namelijk veel sensoren, meetapparaten en systemen op de markt die in prijs variëren van  10 tot 1000 euro. Ter vergelijking: professionele apparatuur heeft een prijs in de orde van 10.000 euro. De nu bekende en veelbelovende sensoren zijn nog te kort op de markt om de kwaliteit goed te kunnen vaststellen. Er zijn nog te weinig ervaringen mee bekend. Van de kant-en-klare meetapparaten is voor een deel iets beter bekend wat de mogelijkheden en beperkingen zijn. Lees meer op de pagina Meetinstrumenten.

Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML)

De landelijke, officiële metingen worden uitgevoerd in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. De resultaten van metingen door de DCMR, GGD Amsterdam en verschillende provincies worden met die van het RIVM gecombineerd voor het nationale luchtkwaliteit beeld.

Op ongeveer 80 meetstations door heel Nederland worden verschillende stoffen gemeten. Deze meetstations staan zowel in de stad, bij wegen als op het platteland. Er worden zowel gasvormige als deeltjesvormige stoffen (fijnstof) gemeten. Voor een groot aantal stoffen geldt dat deze continu en geautomatiseerd worden  gemeten. Dit betreft ozon (O3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2), fijnstof (PM2,5/PM10), koolmonoxide (CO), ammoniak (NH3) en roet. Deze metingen zijn live te volgen via Luchtmeetnet.nl.

Het LML kan binnen de ontwikkeling van citizen science een belangrijk ijkpunt vormen door de mogelijkheden om goedkopere sensoren (periodiek) aan de resultaten van het LML te ijken.

Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN)

Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) meet  met behulp van Palmesbuisjes de concentraties ammoniak (NH3) in de lucht. Het meetnet is van 22 gebieden in 2005 uitgegroeid naar 60 gebieden in 2014. In totaal hangen er rond de 500 buisjes in de Natura2000 gebieden.

De buisjes hangen een maand in het veld. Zo worden er maandgemiddelde ammoniakconcentratie bepaald. De meetwaarden worden geijkt met de metingen van ammoniak door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. De resultaten van de metingen kunt u vinden op de pagina 'Meetresultaten MAN'.

Het MAN wordt beheerd door het RIVM maar zou niet mogelijk zijn zonder de vrijwillige hulp van plaatselijke terreinbeheerders. De locatie van de Palmesbuisjes is in elk gebied vastgesteld in overleg met de beheerders. De Palmesbuisjes hangen onopvallend in de natuur, zijn eenvoudig door de terreinbeheerders zelf te verwisselen en goed per post te versturen.