Fijnstof en meetbuisjes

In Nederland meten al veel burgerwetenschappers fijnstof met goedkope sensoren. Sommige mensen willen zelf ook graag stikstof meten. Net als professionele wetenschappers gebruiken ze daar op dit moment vooral de zogenaamde Palmes meetbuisjes voor. Deze metingen kunnen gedeeld worden op het Samen Meten Dataportaal. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kan helpen bij het kalibreren van deze data met de gegevens van de officiële metingen. Mogelijk kunnen de metingen dan gebruikt worden voor de landelijke monitoring.

Stikstofoxiden (NOx, een verbinding van stikstof en zuurstof) en ammoniak (NH3, een verbinding van stikstof en waterstof) zijn verbindingen van stikstof die schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu. Stikstofoxiden komt vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie. Ammoniak komt met name van dieren in de veeteelt. Een klein deel ammoniak komt uit overige bronnen zoals industrie, de bouw en het verkeer.

Meetbuisjes bieden uitkomst

Wetenschappers (o.a. bij het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) experimenteren met goedkope sensoren om deze stoffen te meten. Ze blijken tot nu toe minder betrouwbaar en lastiger te kalibreren dan die voor fijnstof. De Palmes meetbuisjes bieden uitkomst. Deze worden al langer door en met burgers gebruikt voor het meten van stikstofdioxide (NO2). Dat gebeurt bijvoorbeeld in het project “Samen NO2 meten met Palmes buisjes”. Vorig jaar hebben deelnemers aan het project “Boeren en Buren” deze meetbuisjes voor zowel stikstofdioxide als ammoniak opgehangen en iedere maand verwisseld.

Eigen initiatief

Bij de genoemde projecten is het RIVM direct betrokken, maar dat ook zelfstandige burgerinitiatieven succesvol aan de slag gaan bewijst de stichting Burgerwetenschapper Land van Cuijk. In 2019 zijn inwoners van de gemeente Sint-Anthonis begonnen met het meten van fijnstof. In de gemeente Sint-Anthonis zijn veel veehouderijen. Daarom breiden vrijwilligers in 2021 het meettraject uit met het meten van de concentratie van ammoniak en ook NO2. Tonnie Derks van de stichting vertelt: “Het RIVM meet ammoniak alleen in natuurgebieden. Wij zijn ook benieuwd naar de concentraties in het landelijk gebied en wat de relatie is tussen fijnstof, ammoniak en stikstofdioxide. We hopen dat meer mensen zich bewust worden van vervuilende stoffen in de lucht.” De gemeente ondersteunt de inwoners financieel. Buro Blauw verzorgt de meetbuisjes die de inwoners zelf ophangen en verwisselen.

Wat doet het RIVM?

De meetgegevens van de Palmes buisjes die de stichting gebruikt zijn te zien op het Samen Meten Dataportaal. Omdat de meetbuisjes een maand in de buitenlucht hangen en daarna geanalyseerd worden op een laboratorium (in dit geval bij Buro Blauw in Nederland en bij Gradko in Engeland), duurt het enkele maanden voor de gegevens beschikbaar zijn. Het RIVM ondersteunt verder bij het kalibreren van de metingen van ammoniak na afloop van een meetjaar. Buro Blauw verzorgt de kalibratie van de metingen van stikstofdioxide. Daarvoor gebruikt zij ook de officiële metingen uit het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Het RIVM gaat onderzoeken in hoeverre de meetgegevens gebruikt kunnen worden in de landelijke monitoring.

Niet alleen burgers doen meer metingen aan stikstof. Ook het RIVM breidt in opdracht van het ministerie van LNV haar meetnet voor stikstof uit. Door de uitbreidingen kan de stikstofdepositie beter in beeld gebracht worden. Lees het nieuwsbericht op RIVM.nl: Uitbreiding stikstofmetingen in 2021.