Vrijwilligers meten in hun eigen tuin de luchtkwaliteit met NO2-buisjes.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft vrijwilligers gevraagd om te helpen bij het meten van stikstofdioxide (NO2). Bij 18 mensen  die wonen in gebieden waar het RIVM extra metingen kan gebruiken voor het kalibreren van modelberekeningen hangen sinds begin januari 2019 buisjes in de tuin. De deelnemers verwisselen de buisjes iedere maand.

NO2 buisjes in winterse tuin
NO2 buisjes in de tuin 2
NO2 buisjes in de tuin 1

 

NO2-buisjes in hun houders in de tuin bij vrijwilligers

De maandelijkse resultaten van het stikstofdioxide buisjesmeetnet komen beschikbaar in het Samen Meten dataportaal. Na het verwisselen duurt de analyse van de stikstofdioxide-meetbuisjes 3 tot 4 maanden. De meetwaarden van januari zijn dus rond april beschikbaar. Dit zijn dan nog ongevalideerde data. Na een jaar worden de meetwaarden gevalideerd. Dat betekent dat ze nog een klein beetje kunnen worden aangepast, en daarna staan ze definitief vast.

Ook in het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden, het MAN,  zijn een aantal meetpunten nu -naast ammoniakbuisjes uitgerust- met  NO2-meetbuisjes. 

Meer informatie over de meetmethode staat op de pagina over Palmes buisjes.

Wat doet het RIVM met de meetgegevens van de vrijwilligers?

Dankzij de vrijwilligers- en MAN-metingen kan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het beeld van de luchtkwaliteit in Nederland nauwkeuriger en gedetailleerder maken. De metingen zijn een aanvulling op het al bestaande NO2-buisjesmeetnet waarmee het RIVM de modellen controleert.

Het RIVM gebruikt al deze meetresultaten om de rekenmodellen te staven die de basis zijn voor belangrijke rapportages over de luchtkwaliteit. Naast de eigen metingen gebruikt het RIVM hiervoor ook de metingen van luchtmeetnet.nl en decentrale overheden. Het gaat hierbij om de landelijke rapportages van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit  en de Grootschalige Concentratie en Depositiekaarten (GCN). Daarnaast gebruiken decentrale overheden de modellen voor regionale evaluaties van de luchtkwaliteit. 

De metingen zijn belangrijk voor het controleren of aannames over de achtergrondconcentraties kloppen: maken we de juiste inschatting van stoffen die over zee of vanuit het buitenland komen aanwaaien? Het gaat hierbij om aannames die betrekking hebben op de uitstoot die van over de grens het land binnenkomt. We weten namelijk al veel over de uitstoot vanuit binnenlandse bronnen. Om deze reden zijn er alleen locaties geselecteerd met weinig uitstoot uit bronnen zoals auto’s, fabrieken, etc. Er komen nu vooral aan de grenzen van Nederland meetpunten bij. De deelnemende vrijwilligers wonen in het noorden en oosten van Nederland en in Zeeland, en dan vooral in plattelandsgebieden waar weinig verkeer is. 

De oude en nieuwe locaties van het NO2-buisjesmeetnet van het RIVM staan in onderstaande kaart. Alle stikstofdioxide-buisjes die er op de MAN-meetpunten bij komen worden net als de ammoniakbuisjes maandelijks gewisseld door natuurbeheerders.

Thumbnail

De rode en roze driehoekjes laten de locaties zien waar de afgelopen jaren al NO2-buisjes hingen. De groene en lichtgroene driehoekjes geven de nieuwe locaties aan waar vanaf 2019 NO2-buisjes worden ingezet. De groene driehoekjes zijn locaties bij vrijwilligers die zich hebben gemeld bij samen meten. De lichtgroene driehoekjes zijn nieuwe NO2-buisjeslocaties in natuurgebieden waar ook al ammoniakmetingen worden gedaan met ammoniakbuisjes in het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) .