Het CLAIRE-project is een samenwerking tussen het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS)  van de Universiteit Utrecht. CLAIRE is de afkorting voor Comparison of Long-term AIR pollution Exposure assessment methods. Binnen het project  gaan wij  de kwaliteit van sensoren onderzoeken, mede gefinancierd door het Health Institute (HEI). Ook bekijken we of de sensoren in combinatie met berekeningen de luchtkwaliteitskaarten  verbeteren. We willen in dit project de sensorkastjes op veel verschillende plekken hangen en daar kunnen we wel wat hulp gebruiken. Daarom zochten we vrijwilligers om voor een half jaar een sensorkastje te adopteren.

Selectie van deelnemers

Uiteindelijk hebben 450 mensen zich gemeld die nieuwsgierig waren naar de luchtkwaliteit in hun tuin of straat én die dit 6 maanden wilden meten. Daar zijn we heel blij mee, maar het betekent helaas ook dat we veel mensen moeten teleurstellen. Begin 2021 heeft Samen Meten uit de lange lijst honderd vrijwilligers geselecteerd die op een voor dit project op een mooie locatie wonen. Dat zijn zowel plekken waar we veel stikstofdioxide verwachten, maar ook waar we juist weinig verwachten en ertussen in. De uitdaging zit in het maken van de juiste mix. De vrijwilligers kunnen hun metingen bekijken op het dataportaal en zo  de concentraties fijnstof en stikstofdioxide in hun eigen omgeving zien.

 De selectie van vrijwilligers is zo goed als rond en in de loop van april 2021 krijgen mensen bericht of ze wel of niet geselecteerd zijn.

Meetcampagne

Binnen het project meten we verspreid over een jaar op 100 verschillende locaties. Een sensorkastje blijft een half jaar lang op een locatie hangen en wordt dan verplaatst naar een volgende vrijwilliger om een goed dekkend beeld van Nederland te krijgen. Daarnaast zijn de locaties onder andere geselecteerd op basis van de afstand tot (grote) wegen, gemiddelde NO2 concentraties en is er rekening gehouden met de bijdrage van de weg aan deze concentraties. Voor de beide halfjaarlijkse meetperiodes wordt door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu getest of de sensoren (nog) goed functioneren.  

Sensorkastje

Voor de metingen zijn verschillende sensoren nodig. Om een compleet beeld te krijgen van de fijnstofconcentratie gebruiken we twee verschillende sensoren, namelijk de Nova Fitness SDS11 en de Sensirion SPS30. De concentratie stikstofdioxide wordt bepaald met de Alphasense B43F. De sensoren zitten in een sensorkastje dat speciaal voor het project is ontwikkeld. In het sensorkastje zit een aanzuigopening en een ventilatortje om een goede luchtstroom te waarborgen. Zodra de sensorkasjes op locatie hangen, wordt de verzamelde data (real-time) gedeeld op het dataportaal.

Rol van het RIVM

Binnen het project maken we niet alleen gebruik van de metingen door de sensorkastjes. Ook gebruiken we de officiële stations-metingen zoals deze op Luchtmeetnet staan weergegeven en de modelresultaten. Deze gegevens voegen we samen om te zien of we een schatting kunnen maken van de fijnstof- en stikstofconcentraties. Samen met het IRAS gaan we deze schatting vervolgens binnen het project vergelijken met andere methodes om de concentraties te bepalen. We houden u op de hoogte van de resultaten.