Ook in 2020 hebben negentien vrijwilligers zich ingezet om maandelijks stikstofdioxide (NO2) te meten met Palmes buisjes. Zo leren we meer over de luchtkwaliteit op meer afgelegen plekken en aan de randen van Nederland, waar weinig officiële metingen worden gedaan. Dit is vooral  belangrijk voor het kalibreren van modelberekeningen, zodat deze nog nauwkeuriger worden. Uit de analyses blijkt dat de meetwaarden een zelfde soort verloop laten zien over het land als in 2019. Alleen zijn de NO2 waarden over het algemeen lager. De coronacrisis is zeer waarschijnlijk voor een deel de oorzaak voor de lagere waarden. Door de coronacrisis is er in 2020 minder verkeer geweest en daardoor zat er ook minder NO2 in de lucht. Toch is dat niet het hele verhaal, want bijvoorbeeld het weer heeft ook elk jaar invloed op de waarden. Dit gaan we nog verder uitzoeken.

NO2 buisjes jaargemiddelde kaart 2020
NO2 buisjes jaargemiddelde kaart 2019

De kaarten 1 en 2 laten de jaargemiddelde, gekalibreerde NO2 waarden in µg/m3 zien van de gekalibreerde Palmes buisjesmetingen op elk van de vrijwilligerslocaties in 2020 en 2019. De getallen die bij elk gekleurd bolletje staan, geven de gemiddelde NO2 concentraties weer die met de buisjes zijn gemeten. De wettelijke jaargemiddelde grenswaarde is 40 µg/m3, daar vallen de waarden op al deze locaties ruim onder. Dit is naar verwachting, aangezien NO2 voor het grootste gedeelte door verkeer geproduceerd wordt en de vrijwilligerslocaties zijn uitgezocht omdat er juist weinig verkeer in de buurt is. Er was juist behoefte aan dat soort meetpunten omdat bij locaties met veel verkeer al relatief veel gemeten wordt. Zoals verwacht zijn de concentraties in de noordelijke provincies het laagst. Daar is de achtergrondbelasting lager dan in het zuiden of in de Randstad, doordat uitstootbronnen zich op wat grotere afstand bevinden.

NO2 Palmes buisjes

De stikstofdioxide (NO2) is gemeten met Palmes buisjes. Dit zijn buisjes van ruim 7 cm lang die aan één kant een chemische stof op een gaasje bevatten die NO2 kan binden. Door het buisje buiten zonder het sluitdopje op te hangen, verzamelt de vervuilende stof zich in de chemische stof. De buisjes worden elke maand door de vrijwilligers verwisseld. Met een chemische analyse in het laboratorium kan na afloop worden bepaald wat per maand de gemiddelde NO2-concentratie was op de locatie waar het buisje heeft gehangen.

Onderdelen van een Palmes buisje

Een Palmes buisje. TEA = Triethanolamine. Bron: hoemeetiklucht.eu

Uit voorgaande jaren en met name uit het project in 2019 en 2020 is gebleken dat metingen met Palmes buisjes behoorlijk betrouwbaar zijn. Dit is goed nieuws, want dat betekent dat ze gebruikt kunnen worden als aanvulling op de officiële metingen. De burgermetingen geven zo een bredere dekking van achtergrondgebieden in heel Nederland en daaruit volgt een vollediger beeld van de luchtkwaliteit.

Metingen volgen op het Samen Meten dataportaal

De maandgemiddelden per locatie zijn terug te vinden in het Samen Meten dataportaal, door “NO2 Palmes” aan te klikken. De analyse van de stikstofdioxide-meetbuisjes duurt 3 tot 4 maanden. De meetwaarden van januari zijn dus rond april beschikbaar, enzovoort. Dit zijn dan nog ongevalideerde data. Nu we voor 2020 een jaar aan meetdata hebben is die data gevalideerd aan de hand van officiële metingen. Deze gevalideerde data komen nog beschikbaar op het Samen Meten dataportaal en zijn al te zien op luchtmeetnet.nl.

In het dataportaal staan ook de NO2 buisjes resultaten van het Palmes buisjes project in de Rijnmond en van Palmes buisjes in Zaandam van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst  Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst  Amsterdam.

Hoe gebruikt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de meetresultaten?

Het RIVM gebruikt al deze meetresultaten om de rekenmodellen te staven die de basis zijn voor belangrijke rapportages over de luchtkwaliteit. Naast de eigen metingen gebruikt het RIVM hiervoor ook de metingen van luchtmeetnet.nl en decentrale overheden. Het gaat hierbij om de landelijke rapportages van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en de Grootschalige Concentratie en Depositiekaarten (GCN). Daarnaast gebruiken decentrale overheden de modellen voor regionale evaluaties van de luchtkwaliteit. 

De metingen zijn belangrijk voor het controleren of aannames over de achtergrondconcentraties kloppen: maken we de juiste inschatting van stoffen die van ver komen aanwaaien? Dit gaat om binnenlandse bronnen en ook over wat van zee of vanuit het buitenland komt. Om deze reden zijn voor dit vrijwilligersonderzoek alleen locaties geselecteerd met weinig uitstoot uit lokale bronnen zoals auto’s, fabrieken, etc.  De deelnemende vrijwilligers wonen in het noorden en oosten van Nederland en in Zeeland, en dan vooral in landelijke gebieden waar weinig verkeer is. 

NO2 buisjes in winterse tuin
NO2 buisjes in de tuin 2
NO2 buisjes in de tuin 1