In 2019 hebben 19 vrijwilligers zich ingezet om de officiële luchtkwaliteitmetingen  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan te vullen met maandelijkse stikstofdioxide-metingen in hun achtertuin. Zo kregen we er op plekken met relatief weinig verkeer metingen bij en ook aan de randen van Nederland, waar weinig officiële metingen worden gedaan. Verkeer (uitlaatgas) is de voornaamste bron van stikstofdioxide. De buisjesmetingen geven de vrijwilligers en hun buren een beeld van de luchtvervuiling in hun buurt. Voor het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zijn de meetresultaten vooral van belang als hulpmiddel voor het kalibreren van modelberekeningen, zodat deze nog nauwkeuriger worden.

De stikstofdioxide (NO2) is gemeten met Palmes buisjes. Dit zijn buisjes van ruim 7 cm lang die aan één kant een chemische stof op een gaasje bevatten die NO2 kan binden. Door het buisje buiten zonder het sluitdopje op te hangen, verzamelt de vervuilende stof zich in de chemische stof. De buisjes worden elke maand door de vrijwilligers verwisseld. Met een chemische analyse in het laboratorium kan na afloop worden bepaald wat per maand de gemiddelde NO2-concentratie was op de locatie waar het buisje heeft gehangen.

Onderdelen van een Palmes buisje

Een Palmes buisje. TEA = Triethanolamine. Bron: hoemeetiklucht.eu

Uit voorgaande jaren en met name uit het project in 2019 is gebleken dat metingen met Palmes buisjes behoorlijk betrouwbaar zijn. Dit is goed nieuws, want dat betekent dat ze gebruikt kunnen worden als aanvulling op de officiële metingen. De burgermetingen geven zo een bredere dekking van achtergrondgebieden in heel Nederland en daaruit volgt een vollediger beeld van de luchtkwaliteit.

Onderstaande kaart laat de resultaten zien van de Palmes buisjesmetingen op elk van de vrijwilligerslocaties van vorig jaar. De getallen die bij elk gekleurd bolletje staan, geven de gemiddelde NO2 concentraties weer die met de buisjes zijn gemeten. De wettelijke jaargemiddelde grenswaarde is 40 µg/m3, daar vallen de waarden op al deze locaties ruim onder. Dit is naar verwachting, aangezien NO2 voor het grootste gedeelte door verkeer geproduceerd wordt en de vrijwilligerslocaties zijn uitgezocht omdat er juist weinig verkeer in de buurt is. Er was behoefte aan dat soort meetpunten omdat bij locaties met veel verkeer al relatief veel gemeten wordt. Zoals verwacht zijn de concentraties in de noordelijke provincies het laagst. Daar is de achtergrondbelasting, door bronnen op wat grotere afstand, lager dan in het zuiden of in de Randstad.

Kaart van Nederland met gemeten NO2 waarden

De maandgemiddelden per locatie zijn terug te vinden in het Samen Meten dataportaal, door de component “NO2 Palmes buisjes” aan te klikken. De analyse van de stikstofdioxide-meetbuisjes duurt 3 tot 4 maanden. De meetwaarden van januari zijn dus rond april beschikbaar, enzovoort. Dit zijn dan nog ongevalideerde data. Nu we voor 2019 een jaar aan meetdata hebben is die data gevalideerd aan de hand van officiële metingen.

In het dataportaal staan ook de NO2 buisjes resultaten van het Palmes buisjes project in de Rijnmond en van Palmes buisjes in Zaandam van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst  Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst  Amsterdam.

Hoe gebruikt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de meetresultaten?

Het RIVM gebruikt al deze meetresultaten om de rekenmodellen te staven die de basis zijn voor belangrijke rapportages over de luchtkwaliteit. Naast de eigen metingen gebruikt het RIVM hiervoor ook de metingen van luchtmeetnet.nl en decentrale overheden. Het gaat hierbij om de landelijke rapportages van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en de Grootschalige Concentratie en Depositiekaarten (GCN). Daarnaast gebruiken decentrale overheden de modellen voor regionale evaluaties van de luchtkwaliteit. 

De metingen zijn belangrijk voor het controleren of aannames over de achtergrondconcentraties kloppen: maken we de juiste inschatting van stoffen die van ver komen aanwaaien? Dit gaat om binnenlandse bronnen en ook over wat van zee of vanuit het buitenland komt. Om deze reden zijn voor dit vrijwilligersonderzoek alleen locaties geselecteerd met weinig uitstoot uit lokale bronnen zoals auto’s, fabrieken, etc. Er zijn nu vooral aan de grenzen van Nederland meetpunten bijgekomen. De deelnemende vrijwilligers wonen in het noorden en oosten van Nederland en in Zeeland, en dan vooral in plattelandsgebieden waar weinig verkeer is. 

NO2 buisjes in winterse tuin
NO2 buisjes in de tuin 2
NO2 buisjes in de tuin 1