Het doel van het programma voor het Nationaal Smart City Living Lab is om de Smart City ontwikkeling naar het volgende niveau te brengen: van pilots naar proces. Het programma wordt georganiseerd door een gelijknamige stichting. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is een van de partners. De nadruk ligt op samenwerken, opschalen en in een korte periode resultaat boeken. Dat gebeurt door te werken aan concrete casussen in en om de stad. Het meten van luchtkwaliteit en geluid met nieuwe goedkope sensoren staat momenteel centraal.

Gemeenten in het programma

Elke deelnemende gemeente heeft een specifieke casus ingebracht en daarbij eigen leerdoelen gesteld met onderzoeksvragen. Deelnemende gemeenten krijgen de beschikking over bestaande digitale technologieën rondom gezond leven, een thema dat voor elke stad belangrijk is. Hiervoor biedt het programma een organisatorische en technische basisinfrastructuur voor gemeenten zodat zij zich volledig kunnen richten op de uitvoering van het living lab, samenwerkingen binnen en buiten de gemeente en de opschaling van hun ervaringen naar andere projecten en processen.

Gemeenten leren om te gaan met alle aspecten rondom het werken met goedkopere sensoren zoals Wat zegt de data, Wat kun je er wel en niet mee, Zijn er andere afdelingen die de data kunnen gebruiken. En ook Hoe gaan we met inwoners  om die de data ook kunnen zien. Het programma is gericht op een praktische aanpak waarbij ervaring opdoen centraal staat. Naast technologie krijgen deelnemers ook projectbegeleiding, een Smart City training, de workshop Smart City Roadmap en de  workshop Innovatief inkopen. Meer informatie over het programma staat op de programmawebsite, of bekijk de presentatie gegeven op het Symposium Samen Meten - Sensordata voor de leefomgeving van 6 december 2017.

Thumbnail

Sensoren

Binnen het programma is een sensorbox ontwikkeld die aan een lantaarnpaal bevestigd kan worden. Intemo levert de sensoren voor luchtkwaliteit en geluid. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu draagt als partner bij aan de experimentele kalibratie van de NO2 sensoren (Alphasense). We vergelijken daartoe een aantal sensoren gedurende enkele weken met referentiemetingen. Daarnaast proberen we om NO2 sensoren die niet op deze manier zijn gekalibreerd op basis van andere informatie een zo goed mogelijk niveau te laten aangeven. We gebruiken daarvoor meetgegevens van andere sensoren en officiele meetstations en berekeningen. Zo is er voor alle partijen wat te leren in dit programma.

Fijnstofmetingen vinden plaats met sensoren van het type SDS011. In overleg met verschillende groepen die ook met deze sensor meten (o.a. voor het vuurwerkexperiment 2017/2018) werken we bij het RIVM de komende maanden aan een ijking van de resultaten van de SDS011 sensor. Daarbij gebruiken we de metingen van de officiële meetstations. Een inkijkje in de eerste resultaten is gegeven op de Smart City Update dag op 7 maart (zie de presentatie). Ook in ons onderzoek valt op dat de sensoren zeer gevoelig zijn voor vocht. Bij relatieve luchtvochtigheid boven 90% geven de sensoren 2 tot 5 maal hogere concentraties dan de officiele meetwaarden. Correcties lijken mogelijk, we blijven data verzamelen om dit verder te onderzoeken.

De meetgegevens zijn in te zien via de programmawebsite. Ook op het Samen Meten Dataportaal worden de metingen van NO2  getoond.